Doelgroepen BuBaO

AUTI (TYPE 9)

AUTI (TYPE 9)

TAAL (TYPE 7)

TAAL (TYPE 7)

GEHOOR -BIBI (TYPE 7)

GEHOOR -BIBI (TYPE 7)

VISUS (TYPE 6)

VISUS (TYPE 6)

GEMS (TYPE 3)

GEMS (TYPE 3)

Autiklassen (Type 9)

Een leerling met autisme is in de eerste plaats een persoon zoals alle anderen. Hij is uniek en heeft zijn eigen persoonlijkheid, wensen, interesses, noden, leeftijd, manier van denken, … . We houden er rekening mee dat autisme aanwezig is, blijft en het hele leven beïnvloedt.

We werken in Kasterlinden vanuit het tweesporenbeleid:

De leerling: Onze leerlingen groeien naar zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfkennis. We bouwen aan een positief, realistisch zelfbeeld met kennis van zijn autisme. We bieden onze leerlingen hulpmiddelen en compensatiestrategieën om sterker en vaardiger te worden.

De context: We streven naar basisrust en een veilig leef- en leerklimaat voor elke leerling. Dit is noodzakelijk om tot leren te komen. We bouwen aan een netwerk rond de leerling binnen en buiten de school. We leggen contacten en overleggen met anderen binnen het netwerk van de leerling.

Het evenwicht tussen aanpassen van de omgeving en leren verandert voortdurend in de tijd. Dit is afhankelijk van de leerling, zijn mogelijkheden, zijn stressniveau en leeftijd. De aanpassingen worden gradueel afgebouwd op weg naar integratie.

We gebruiken de ijsbergtheorie als denkkader. De ijsberg met zijn drie componenten (gedrag, cognitie, filter) kadert onze kijk op de leerlingen met autisme. Het bepaalt onze aanpak en interactie met hen. 

Elk personeelslid bezit deze basiskennis en draagt deze uit. Bovendien investeert Kasterlinden in een groeiende expertise rond autisme.

Taalklassen (type 7)

In de taalklassen voor kleuters werken we met een op spel gebaseerd ontwikkelingsonderzoek om de optimale mogelijkheden van de kleuters in kaart te brengen. Samen met de ouders bespreken we de zorgvragen en onderwijsbehoeften.

We bieden uitgebreide en optimale taalstimulatie. De kleuters zitten in kleine klassen en krijgen ervaringsgericht onderwijs. Door te vertrekken van de interesses van de kleuters, verhogen we hun betrokkenheid en welbevinden. Met taalstimuleringstechnieken zoals een taalmap, een fotomap en een weekendschrift brengen we de kleuters in een communicatieve omgeving waarin we samen vertellen, spelen en ervaren. Aan de ouders bieden we een oudercursus ‘praten doe je met z’n tweeën’ aan. Dat is een taalstimuleringscursus voor ouders van jonge kinderen. Daarin leert u in dagelijkse situaties de taalverwerving en de communicatieve ontwikkeling van uw kind te stimuleren.

Ook in de taalklassen van de lagere school krijgen de kinderen onderwijs in kleine groepjes. We vertrekken van de mogelijkheden van de kinderen. We bekijken hoe we die mogelijkheden kunnen inzetten om met de ervaren problemen om te gaan. We vertalen problemen in aan te leren vaardigheden. Dat is nuttiger dan op zoek te gaan naar de oorzaken van de problemen.

We stimuleren zoveel mogelijk het visuele leerproces, maken dingen expliciet, hanteren duidelijke instructies, zorgen ervoor dat de kinderen al doende leren.

Kortom: we gaan op zoek naar de methoden die het best aansluiten bij de kinderen en hoe ze leren. We hebben hoge verwachtingen van kinderen. Tegelijk waken we erover dat het kind zijn leerproces kan afwerken in zijn eigen tempo. Als dat nodig is, zoeken we samen met het kind en zijn ouders aangepaste hulpmiddelen zoals spraakondersteuning en spellingpredictie. We stimuleren zoveel mogelijk succeservaringen en hebben oog voor de totale ontwikkeling van het kind.

Gehoor: Bilinguaal-Bicultureel onderwijs (BiBi) (type 7)

In ons bilinguaal-bicultureel onderwijs (BiBi) krijgen dove en slechthorende leerlingen les in twee talen, Nederlands en Vlaamse Gebarentaal (VGT). Daardoor leren zij zowel de horende- als de dovencultuur kennen.

In de BiBi-doelgroep werken dove en horende leerkrachten en dove educatieve medewerkers samen en bieden zo een rijk taalaanbod. De dove personen zijn belangrijke rolmodellen voor onze leerlingen.

In onze BiBi-groep staat visueel communiceren centraal. Strategieën om de aandacht te trekken en naar elkaar te kijken, zorgen dat taal toegankelijk wordt voor iedereen. Kleuters en leerlingen krijgen les in hun eigen taal. Op die manier wordt informatie 100% toegankelijk.

In het lager onderwijs worden zowel Nederlands als VGT als vak aangeboden. Leerlingen leren over VGT en leren deze taal ook schrijven (GebarenSchrift). De leerlingen leren ook alle aspecten van het Nederlands (lezen, schrijven …). We beschouwen de twee talen als evenwaardig.

We werken met kleine klasgroepen en hebben oog voor de totale ontwikkeling van de kinderen. We stimuleren welbevinden en betrokkenheid door ervaringsgericht te werken en leerlingen deelgenoot te maken van hun leerproces. We werken nauw samen met het revalidatiecentrum De Poolster waar onze leerlingen regelmatig door een NKO arts en een audiologe worden opgevolgd. Ook hoortoestellen, CI’s, FM-apparaten … worden nauw opgevolgd.

Er is ook paramedische omkadering: logopedist, kinesist, ergotherapeut, zorgcoördinator (psycholoog/pedagoog). Samen zijn we een hecht team en bieden we aangepast onderwijs en individuele- en groepszorg.

Visus (type 6)

Ook in de groep voor blinde en slechtziende leerlingen vertrekken we van de mogelijkheden van de kinderen. We laten de leerlingen groeien in een veilige, maar toch voldoende uitdagende omgeving. Stimuleren van zelfredzaamheid en zelfstandigheid is binnen de type 6 klassen een zeer belangrijk aandachtspunt. Kinderen gericht observeren, signalen opvangen en er sensitief op reageren laat leerlingen groeien. Deze sensitieve houding is uitermate belangrijk bij de groep van kinderen met een meervoudige visuele beperking.

De accommodatie, leermiddelen en keuze van activiteiten is aangepast aan de noden van kinderen met een visuele beperking. Daardoor worden kinderen vanaf kleuterleeftijd gestimuleerd om zelfstandigheid te verwerven en hun omgeving te ontdekken.

De school heeft alle hulpmiddelen om informatie toegankelijker te maken voor blinde en slechtziende kinderen. Aangepaste computers, software en andere hulpmiddelen helpen om elk kind optimaal voor te bereiden op een voor hem of haar aangepast traject binnen een secundaire school. De trajecten waar leerlingen van de basisschool type 6 naar doorstromen variëren van het gewoon onderwijs tot een doorstroom naar een opleidingsvorm 1. Deze evolutie wordt steeds met de betrokken zorgverleners, het kind en de ouders besproken.

GEmS (type3)

De doelgroep van kinderen met gedrags- en emotionele stoornissen wordt door onze school afgekort tot de GEmS doelgroep. Hiermee refereren we naar het Engelse woord voor edelstenen die zeer mooi kunnen zijn, als het lukt om ze te slijpen.

Kinderen leven in een omgeving, context en reageren van daaruit met bepaald gedrag. Moeilijk gedrag zien we als taal voor moeilijke emoties. Emotie en gedrag zijn met elkaar verstrengeld. Soms leggen we als school de focus op gedrag en reageren we door voorspelbaarheid te bieden, consequent te handelen, duidelijke grenzen aan te geven en gedrag te corrigeren. Soms zetten we emotie op de voorgrond en reageren we door emoties te benoemen, te erkennen en mee te reguleren, door rust in te bouwen, ervaren last te erkennen, te bemoedigen en door kinderen op het juiste niveau in hun sociale en emotionele ontwikkeling aan te spreken.

Om dit te verwezenlijken richten we ons op de volgende kernthema’s: verbondenheid en relatie, waardering en positieve kijk en een veilig leer- en speelklimaat.

We nemen een stelling in tegen agressie en geweld. Van kinderen die toch in geweld en agressie terecht komen verwachten we een herstelbeweging. We vragen ook aan de ouders om deze stelling tegen geweld mee uit te dragen.

Als school evalueren we onze eigen aanpak. Complexe omstandigheden dreigen mensen ertoe te brengen te grijpen naar strakke procedures die voor iedereen hetzelfde zijn. Ons streven is om, ondanks de uitdagingen, te blijven zoeken hoe we de kernwaarden telkens weer, bij elk kind kunnen terug vinden.